10.5 Het monument aan de Achterweg in Damwoude

 

Op 15 april 1945, een dag na de bevrijding van Dantumadeel, sneuvelen hier twee mensen van het verzet. Harm Brouwer en Jan Kaper. Zij waren lid van de NBS. De Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Een verzameling van alle verzetsgroepen. Harm Brouwer was melkventer in Zwaagwesteinde. In dat dorp is nu een straat naar hem vernoemd. 

 

Jan Kaper was afkomstig uit Sint-Jacobiparochie en in het verzet bekend onder de naam 'Blonde Jan'. Als politieman was Kaper ondergedoken in Akkerwoude. Hij was ondergedoken omdat hij joodse burgers moest arresteren. Dat weigerde hij. Toen hij in Akkerwoude ondergedoken was, werd hij lid werd van de knokploeg.

Wat gebeurde hier op die zondag in april? Waarom werd er een dag na de bevrijding nog gevochten? Hoe verliep de bevrijding van Dantumadeel? Daarover gaat dit verhaal. Jan Kaper en Harm Brouwer waren lid van de NBS. Mijn omke Pieter was ook lid van de NBS. Van hem heb ik een sigarenkistje met papieren uit de oorlog. Daarom begint het verhaal over de bevrijding van Dantumadeel met het sigarendoosje van omke Pieter.

Hier zie je het sigarendoosje van mijn omke Pieter. In dit doosje zitten oude vergeelde papieren van tante Aaltsje en omke Pieter Ze leven niet meer, maar de papieren kunnen nog wel het een en ander over de oorlog en over het leven van toen vertellen. Ik moet die papieren er met een pennetje uit peuteren, want sommige papiertjes zitten tegen de zijkant vastgeroest. Het lijkt wel of de inhoud er in geen zestig jaar is uitgehaald. Als ik de inhoud voor me op de tafel een beetje probeer te ordenen, zie ik bonkaarten, stamkaarten, persoonsbewijzen en een paar papiertjes die me brengen bij de bevrijding van Friesland. Wacht ik leg ze even onder de scanner, dan kun je ze ook zien.

 

 

Allereerst het persoonsbewijs van mijn oom. Het is een totaal verkleurd persoonsbewijs. Op het persoonsbewijs staat de datum 6 november 1941. Vanaf eind april ’41 krijgt iedereen zo’n persoonsbewijs. Je kunt je voorstellen dat de fotografen toen leuk verdiend hebben aan deze actie van de Duitsers. Veel verzet is er volgens mij niet tegen de invoering van het persoonsbewijs. Het gaat net zo soepel als de ID-kaart die vanaf 1 januari 2005 iedereen van 14 jaar en ouder bij zich moet hebben. Toch wordt het persoonsbewijs een verschrikkelijk wapen in de handen van de Duitsers. Hiermee krijgen ze het Nederlandse volk stevig in hun greep. Joden krijgen een J op hun persoonsbewijs. Het wordt de eerste stap naar hun vernietiging. Van de ruim 700 Joden in Leeuwarden worden er 616 gedood. Je kunt hun namen vinden op:  http://www.verzetsmuseum.nl/Start.htm  Als je even zoekt onder de knop algemeen dan zie je daar al die namen staan.

 

 

 

Maar weer terug naar het sigarendoosje. In het doosje zit twee keer een vrijstelling voor het hebben van een fiets. De Duitsers proberen in het begin van de oorlog goede vrienden met de Friezen te worden. Ze gedragen zich fatsoenlijk. Rekenen keurig af in de winkels en de Friese economie gaat er zelfs op vooruit. Dorpsfeesten, voetbalwedstrijden, ze gaan allemaal gewoon door. Twee keer wordt de elfstedentocht gereden en de Duitsers tonen grote interesse in dit sportgebeuren. Maar naarmate de oorlog langer duurt verandert de houding van de Duitsers en van de Nederlanders. Auto’s, paarden, koper en fietsen worden in beslag genomen. Wie nog een fiets heeft moet een vrijstelling hebben. Je ziet hieronder zo’n vrijstelling. Eén in het Nederlands uit 1942 en nog één uit 1945 in het Duits. Ik denk dat de fiets van omke Pieter de oorlog overleefd heeft.

 

 

Tussen elf uur ’s avonds en vier uur ’s morgens mag je tijdens de oorlog niet op straat komen. Na de melkstaking van begin mei gaat de spertijd al om acht uur ’s avonds in. Alleen sommige mensen mogen dan voor hun beroep nog buiten zijn.

 

 

Omke Pieter is melkrijder en voor zijn werk mag hij volgens dit papiertje van 4 mei 1943 tussen acht en elf uur ’s avonds buiten zijn.

 

 

Het volgende papiertje brengt ons bij de bevrijding van Friesland. Je ziet dat Pieter Wieling lid is van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Op 5 september 1944 wordt de NBS opgericht. Het is een verzameling van alle verzetsgroepen. Commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten is prins Bernard. In Friesland zijn 2500 BS-ers. Zij helpen de geallieerden bij de bevrijding van Friesland. In het verhaal “wapendroppings” kun je lezen hoe ze aan wapens komen.

 

 

In maart 1945 steken de geallieerden de Rijn over. Op 8 april worden er Franse parachutisten bij Appelscha gedropt en ondertussen trekken de Canadezen naar Friesland. Op diezelfde achtste april klinkt er een boodschap via radio Oranje. De mededeling is: “De fles is leeg”. Dit is het teken voor de BS om met sabotagedaden te beginnen.  Bruggen worden opengedraaid, spoorwegen geblokkeerd, wegen met bomen versperd en richtingsborden verwijderd. Troepenverplaatsing van de Duitsers wordt zo behoorlijk belemmerd.

 

 

Op vrijdag 13 april rijden de eerste Canadezen Appelscha binnen. De binnenlandse strijdkrachten bewaken de bruggen en delen de Canadezen mee waar zich Duitsers bevinden en waar ze heen trekken. Op veel plaatsen wordt gevochten tussen de BS en de Duitsers. Bij al die gevechten sneuvelen 31 BS’ers. Een Canadese bevelhebber zegt dat de Friezen zichzelf hebben bevrijd, maar uit de verhalen blijkt dat het niet zonder de hulp van de Canadezen kan. In de nacht van 13 op 14 april worden door de BS de wegen van Veenwouden naar Dokkum afgezet. Op 14 april rijden de Canadese tanks via Drachten richting Veenwouden.  Om tien uur loeit in Veenwouden nog de sirene. Er wordt geschoten tussen Duitsers en de BS. 's Middags komt een groep van zo’n 40 Canadezen Veenwouden binnen. In Damwoude arriveren ze om kwart over zeven. De bevolking is ontzettend blij met de komst van de bevrijders. Vervolgens gaat de tocht die zaterdagavond verder naar de markt in Dokkum.

 

 

Veel Duitse soldaten geven zich over. “Die Krieg ist zum Ende” zeggen ze en ze leveren de wapens in. Onder begeleiding van BS’ers worden ze afgevoerd. Je kunt je voorstellen hoe de mensen naar deze dag hebben uitgekeken. Helaas zijn er op 15 april nog steeds Duitsers die bereid zijn om zich dood te vechten. Die Krieg is nog niet helemaal zum ende.

 

 

 

Op zondagmiddag 15 april, tijdens de kerkdienst, rijdt een paard en wagen van Rinsumageest naar Damwoude. Op de wagen zitten een aantal Duitsers die waarschijnlijk via Oostmahorn willen proberen om naar Duitsland te gaan. Naast de kar loopt een boerenknecht die gedwongen wordt om de Duitsers en hun munitie te vervoeren. Zes BS’ers bij de Gereformeerde kerk krijgen de kar met Duitsers in de gaten. Ze schieten op de kar. Met een enorme knal explodeert de munitie. Vier Duitsers en de boerenknecht komen om. De andere Duitsers vluchten en één geeft zich dan over. Even later vindt er verderop aan de Achterweg een gevecht plaats tussen BS’ers en een paar van de gevluchte Duitsers. De Duitsers dwingen het publiek om om hen heen te gaan staan, want dan zullen de BS’ers niet op hen schieten. Uit Dokkum komt een Canadese pantserwagen en die maakt een eind aan het gevecht. Weer een Duitser geeft zich over en een andere Duitser en een Nederlandse SS’er gaan er op de fiets vandoor.  Deze twee fietsen terug langs de plaats waar de munitiekar is ontploft. Even verder staan Jan Kaper en Harmen Brouwer van de BS van Dantumadeel. Zij springen tevoorschijn en roepen dat de twee moeten stoppen.  De Duitser en z’n Nederlandse maat schieten direct. Op de dag na de bevrijding sneuvelen Jan Kaper en Harmen Brouwer. Op die plaats aan de Achterweg staat nu dit monument.

 

 

Na deze schietpartij verstoppen de daders zich in een boerderij bij Rinsumaggeest.  Daar wordt de Nederlander doodgeschoten en uiteindelijk schiet een Canadese tank op de boerderij waar de Duitser in zit. De boerderij vliegt in brand en de Duitser komt om.

Bij de bevrijding van Dantumadeel worden ongeveer zestig Duitsers en Nederlanders die met hen samenwerken gevangen genomen. Daarnaast worden er nog een groot aantal NSB’ers gearresteerd.

 

Bij Makkum wordt op 18 april nog hevig gevochten. Hier bevinden zich Duitsers die zich nog niet willen overgeven. Canadezen en BS’ers moeten lang schieten voordat de laatste Duitsers in Friesland zich overgeven. Om drie uur op die woensdagmiddag is het gevecht afgelopen. De Duitsers geven zich over en Friesland is, op de Waddeneilanden na, bevrijd.

Omke Pieter is als lid van de NBS bij die gevechten in en rond Makkum aanwezig. Hij woont 2 kilometer onder Makkum. Ik weet daar niet veel meer van dan dat omke Pieter één van de 2500 NBS’ers was. Ik kan je niet vertellen wat hij bij de bevrijding precies gedaan heeft, dat vertelt het boek Makkum 1940 – 1945 niet. Ook het sigarendoosje geeft daarop geen antwoord. Daarom kan het doosje nu weer dicht.

 

 

Dirk Corporaal 2007

 

 

 

10.3 Het standbeeld van meester Klok in Damwoude

Dit oorlogsmonument staat bij de kruising van de Voorweg en de Achterweg in Damwoude. Het is het beeld van meester Klok. Over deze meester van de openbare school van  Akkerwoude (nu een deel van Damwoude) is een heel goed boek geschreven. Het heet: 'Die rooie schoolmeester'. Het is geschreven door Geert Klok, de zoon van meester Klok. Meester Klok koos er in de oorlog voor om bij het verzet te gaan. Hoeveel mensen kozen net als meester Klok voor het verzet? Wat deed meester Klok in de oorlog? Wie waren er nu goed en wie waren er nu fout in de oorlog? Nu volgt eerst wat uitleg over goed en fout in de oorlog en daarna wat meer informatie over meester |Klok.

Kiezen tussen goed en kwaad; daar gaat het om 

 

Want FRIJHEIT is een KAR dwaan tusken GOED en KWEA en dêr foar STEAN en der as’t MOAT foar FALLE

Want VRIJHEID is een keuze maken tussen GOED en KWAAD en daar voor uitkomen en als het MOET daar  voor sterven.

Deze tekst staat bij het monument aan de Hoofdweg in Damwoude.

Na de oorlog is het niet zo moeilijk om uit te maken wie goed was en wie voor het kwaad koos. Kiezen terwijl je er voor staat en niet weet hoe het af zal lopen is veel moeilijker. Toch gaat het daarover op het monument bij de Hoofdweg.

Kiezen tussen goed en kwaad dat doe je in elke tijd opnieuw.

In mijn vorige woonplaats had ik een hele goeie kennis; Rieks de smid. Hoewel hij veel ouder was, had ik veel contact met hem. De smid leerde mij lassen, buizen solderen, paling peuren en snoekbaars vissen. Zo gingen we heel vaak zaterdags het Lauwersmeer op om, onder het genot van een pilsje, te vissen. We spraken dan over alles wat ons bezig hield.

Zo hebben we het een keer over de oorlog. Dan vertelt Rieks mij iets waar ik behoorlijk van schrik. Hij zegt: ‘Mijn vader was bij de NSB. Ik ben opgegroeid in een NSB-gezin. Mijn vader geloofde voor de oorlog in de Duitse aanpak en de nieuwe orde die Hitler beloofde’.

Ik kijk Rieks ongelooflijk aan. Zijn vader lid van de NSB? ‘Ja kijk maar niet zo. Het valt me mee dat ze je dat in het dorp nog niet verteld hebben’. ‘Hoe kwam jouw vader daar bij,’vroeg ik.

‘In de jaren dertig is er grote werkloosheid. In 1933 zijn er veel werklozen in Duitsland’. Meer dan zes miljoen’, zeg ik. ‘Ja zoiets, zegt Rieks,  ‘en dan komt Hitler. Hij belooft de werkloosheid op te lossen. Heel veel mensen zien het niet meer zitten. De democratische regering lijkt het probleem niet op te kunnen lossen. Hitler is onze laatste hoop, zeggen ze en daar maakt Hitler met een perfecte propaganda handig gebruik van. Hij wint de verkiezingen en komt aan de macht. 

Dan daalt de werkloosheid in Duitsland en in Nederland blijft de werkloosheid maar stijgen. In Nederland heb je dan de NSB, die heeft het over de puinhoop die onze regering ervan maakt. Elk jaar meer werklozen. Vierhonderdduizend werklozen; vijfhonderdduizend werklozen; een heel leger van werklozen. Als de NSB in Nederland aan de macht komt, zal ook in Nederland de werkloosheid dalen, net als bij Hitler in Duitsland, zeggen ze.

 

‘Mijn vader is in de jaren dertig ook smid’, vertelt Rieks. ‘In die tijd hebben de boeren het heel moeilijk. Als de boeren het moeilijk hebben verdient een smid weinig. In het Duitsland van Hitler gaat het met de economie een stuk beter. Er worden autowegen aangelegd en de werkloosheid is opgelost. 

Mijn vader was alleen maar lid van die partij’, vervolgt Rieks. ‘Hij heeft nooit iemand verraden of zo, maar wij werden er na de oorlog wel heel lang op aangekeken. Mijn vader koos de verkeerde partij, maar was hij echt fout’? Rieks kijkt mij aan. Wat moet ik hierop zeggen? Ik heb wel een mening over de NSB, maar nog nooit met iemand gesproken die er van huis uit alles mee te maken heeft.

 ‘Kijk’ zo gaat Rieks verder, ‘ik ken hier ook enkele boeren die niet lid waren van de NSB, maar die verkochten tegen veel te hoge prijzen voedsel aan de mensen die bij de hongertochten naar Friesland kwamen om nog wat eten te krijgen. Daar hebben ze leuk aan verdiend en daar zijn ze nooit voor gestraft. Zijn dat wel goeie Friezen?’

Over dit gesprek op het Lauwersmeer van bijna dertig jaar geleden moet ik denken als ik de tekst op het monument van Damwoude lees. Over de mensen die goed gekozen hebben is een heleboel bekend. Gosse Minnema heeft een boek geschreven over: Dantumadeel in de jaren 1940 – 1945. Uitgebreid komt de oorlog van dorp naar dorp daar in voor. Als je iets over jouw dorp wilt weten moet je dat boek lezen. Wanneer je alle verzetsdaden in dat boek over de oorlog achterelkaar leest, dan krijg je het idee dat de helft van de bevolking hier bij het verzet zat. Het is niet zo dat Gosse Minnema dat beweert, maar hij noemt alle verhalen. De verhalen van de mensen die fout waren zijn veel schaarser. Daar schamen ze zich voor. Dat vertel je niet aan een journalist van de krant. Als het enigszins kan houd je daarover je mond. Daar zijn ze al genoeg mee gepest.

Hoe zit het nu met goede en foute mensen in de oorlog? Hoeveel waren er goed en hoeveel waren er fout? Wat was de houding van de meerderheid en wat zou jij gekozen hebben?

Er zijn in de oorlog 80.000 mensen lid van de NSB. Mensen zoals de vader van Rieks. Sommigen zijn alleen maar lid, anderen werken samen met de Duitsers en een behoorlijk aantal gelooft zo sterk in Hitler dat ze zich vrijwillig opgeven voor het Duitse leger. Zo’n 25.000 Nederlandse jongens vechten mee in het Duitse leger. Duizenden van hen komen om in de verschrikkelijke oorlog tegen de Russen. Gestorven voor een foute keus.

In Nederland zijn zo’n 45.000 verzetsstrijders. Daarbij horen bijvoorbeeld de 2.500 leden van de Friese NBS (Binnenlandse Strijdkrachten). De grote meerderheid van de bevolking hoort niet bij het verzet en hoort ook niet bij hen die samenwerken met de Duitsers. Het zijn gewone mensen die maar één hoop hebben. Het einde van de oorlog en de oude vrijheid weer terug, liever vandaag dan morgen.

In Damwoude staat aan de Voorweg het monument van Jacob Klok. Elke week kom ik er een paar keer langs. Altijd staan er bloemen bij. Heel vaak verse bloemen. Wie was Jacob Klok en hoe was het verzet in Dantumadeel georganiseerd?

Jacob Klok is in de oorlog hoofd van de openbare school in Damwoude. In de oorlog is hij één van de drie leiders van het verzet in Dantumadeel. De andere twee zijn: Klaas Wybenga uit De Valom en Douwe de Vries hoofdcommies op het gemeentehuis in Damwoude. Deze drie mannen vormen de leiding en zij hebben per dorp weer mannen gezocht voor het verzet per dorp. In elk dorp één voor de illegale lectuur, één voor het onderbrengen van onderduikers en één voor het ophalen van geld voor onderduikers en het verzet. Onderling kennen deze mannen elkaar en de mannen uit de andere dorpen meestal niet. Hoe minder je weet hoe beter het is. Naast deze namen moet ik ook agent Van der Meulen uit Zwaagwesteinde noemen. Hij speelt ook een heel belangrijke rol. In de oorlog brengt Jacob Klok onderduikers naar onderduikgezinnen. Hij kent als hoofd van de school van Birdaard en in de oorlog als hoofd van de school van Akkerwoude veel vertrouwde gezinnen. Vooral bij afgelegen boerderijen brengt hij onderduikers. Later haalt hij ook geld op voor de vrouwen van de onderduikers, die alleen de kinderen moeten opvoeden en geen uitkering kregen.

Hij helpt bij het verkrijgen van bonkaarten en bij het verkrijgen van vervalste  persoonsbewijzen. Via meester Klok krijgen tientallen Joden een onderduikadres. 

Mensen zoals meester Klok verdienen een monument. Zo'n vader daar kun je trots op zijn. Maar vergeet niet dat er ook aan de kant van wat wij de foute Nederlanders noemen, veel is geleden. De kinderen van de foute vaders zijn daar jarenlang mee gepest. Wie van de oorlog alleen maar onthoudt dat de Duitsers fout waren en wij goed heeft er niet genoeg van geleerd. Vrijheid blijft alleen bestaan als wij er elke keer weer in slagen om een goede keuze te maken tussen goed en kwaad.

Dirk Corporaal 2007

 

 

 

 

10.4 Oorlogsgraven in Dantumadeel

 

 

 

Er liggen op veel Friese kerkhoven piloten en bemanningsleden van de geallieerde luchtmacht begraven. Ze staan allemaal op de site van het verzetsmuseum. Ik tel 535 namen en dat zijn alleen nog maar de mannen die boven Friesland naar beneden gekomen zijn. Achter al die namen zit een gezicht en een verhaal. Ik loop geregeld langs de begraafplaats van Akkerwoude in Damwoude. Vanaf het trottoir zie je duidelijk de grafstenen van de omgekomen geallieerde vliegers. Ik wil proberen, om met een verhaal, die witte grafstenen een beetje kleur te geven.

 

 

Het is 1 mei 1943. In Dantumadeel is de melkstaking aan de gang. Het zijn angstige dagen. De bevolking mag vanaf acht uur ’s avonds niet naar buiten. Om kwart voor drie in de nacht vliegt er over Rinsumageest een fel brandend vliegtuig. Het is een Stirlin, een zware bommenwerper. Sommige inwoners horen aan het afwijkende motorgeluid dat er iets niet in orde is. In Damwoude bij de Borken stort het toestel neer.

 

Hoewel je ’s nachts niet naar buiten mag, gaan een paar mensen toch kijken. Misschien kunnen ze nog hulp bieden. Onder hen is Jacob Klok. Tussen de resten van het vliegtuig vinden ze vijf lichamen en even verderop vinden ze nog iemand die waarschijnlijk geprobeerd heeft om het vliegtuig te verlaten, maar zijn parachute ging niet open. Zes bemanningsleden zijn omgekomen. De Duitsers komen en zij bewaken dagenlang de brokstukken.

 

Op maandag vindt de begrafenis plaats. Dat is tijdens de melkstaking. Om de staking te breken hebben de Duitsers het standrecht afgekondigd. Dat betekent dat overal waar een groepje mensen bij elkaar staat, dat daar op geschoten kan worden. Toch komen veel mensen kijken bij de kerk van Akkerwoude om zo de laatste eer aan deze jongens te brengen. Het zijn:

 

Arther Emms; A.E. , boordschutter

Ernest C. Hallding;  piloot, 22 jaar

Louis Nutik; radiotelegrafist,  20 jaar

Norman A. Peachey; bommenrichter  32 jaar

Harold Sobel; H. boordschutter, 20 jaar

Geoffrey Wragge;  navigator en piloot, 23 jaar

 

 

Als je de graven een beetje beter bekijkt dan zie je dat er twee stenen bij zijn met een Davidsster. Dat zijn de graven van Louis Nutik en Harold Sobel. Die zijn van Joodse afkomst. Alle bemanningsleden behoren tot de Royal Air Force, de Britse luchtmacht.

 

Er is nog een zevende bemanningslid. Het is sergeant Curley Painter. Hij landt met zijn parachute bij Galgehoog in Rinsumageest. De boer, die ’s morgens vroeg de paarden in de wei laat, vindt hem. De dokter van Damwoude wordt gebeld en deze verzorgt hem. De piloot is behoorlijk gewond en daarom kunnen ze hem niet buiten de Duitsers om naar Engeland smokkelen. Bovendien zijn er al teveel mensen die de piloot hebben gezien.

 

In 1969 schrijft deze Painter in een brief wat er die nacht is gebeurd. Aan de hand van die brief beschrijf ik zijn verhaal.

 

 

‘Ons vliegtuig is een Stirling, een viermotorige bommenwerper. Wij behoren tot het 7esquadron van de basis Oakington in Engeland. Wij moeten in de nacht van 30 april op 1 mei 1943 Bocholt aan de Roer bombarderen. Ons squadron moet andere bommenwerpers de weg en het doel wijzen. Wij hebben daarom hoofdzakelijk lichtkogels en doelaanwijzers bij ons en ook nog 3 bommen van 2000 pond voor als het bombarderen begint.

 

 

Ieder van ons heeft in het vliegtuig zijn eigen taak. Ik ben boordwerktuigkundige, dat betekent dat ik de technicus ben. Ik zorg voor de motoren e.d.. Hieronder zie je de navigator, hij moet onderweg precies bijhouden en uitzoeken waar we ons bevinden en waar we heen moeten en waar we de bommen moeten gooien.

 

 

Op 1 mei 1943 ben ik jarig en word ik 21 jaar. Die verjaardag verloopt heel anders dan ik mij heb voorgesteld. Vlak voor Bocholt hebben we een groot probleem met onze uitrusting en volgens de voorschriften in die omstandigheden, keren we om. Kort daarna, op de terugreis, merken we dat een Duitse nachtjager achter ons aan zit. Onze schutters proberen hem kwijt te raken, maar dat lukt niet. Dichtbij de Nederlandse kust raakt een lange stroom granaten ons van onderen.

 

 

Bij die aanval wordt onze piloot, de navigator en onze bommenwerper gedood. Dicht bij mij ontploft zo’n 20 mm granaat. Ik raak gewond aan mijn linkervoet. Er ontstaat brand in het ruim voor de bommen en in de romp. Ik zie dat de beide rechter motoren en de rechter vleugel, waar onze brandstof in zit, in brand vliegen.

 

Het volgende dat ik me herinner is dat ik mij in het achterste deel van de romp bevind. De rook is erg dicht, maar ik slaag erin de achterdeur te openen. Beneden me zie ik duidelijk de grond en ik besef dat we steil naar beneden duiken en dat we het toestel niet meer onder controle hebben. Ik zie van de overige bemanning, de twee schutters en de radiotelegrafist, geen teken van leven meer. Alleen maar allemaal vlammen in de romp.

 

Omdat we dicht bij de grond zijn en ik niet wil verbranden, laat mij uit het toestel glijden en daarbij klap ik met mijn hoofd tegen het staartstuk. Mijn helm redt mij. Vrijwel op dat moment ontploft het toestel. Door de explosie vliegen mijn laarzen weg en opent zich mijn parachute nog voor ik aan het ripcord (de greep waarmee je de chute opentrekt) getrokken heb. Kort daarna raak ik de grond. Ik ben gewond maar ik ben vooral blij dat ik nog leef.

 

Het wrak van mijn vliegtuig brandt en ik kan de munitie horen exploderen. De bommen ontploffen ongeveer 2 minuten na de crash. Tijdens de nacht probeer ik weg te komen, maar door de wonden aan mijn handen en voeten en door bloedverlies, kom ik niet ver. Als het licht wordt, kan ik een boerderij zien. Gelukkig komt er iemand aan. Ik zie een jongeman en ik blaas op mijn fluitje. Hij komt me helpen en haalt de dokter die mij verzorgt en mij daarna naar de politiepost in Damwoude brengt. Het is dan ongeveer zeven uur in de ochtend.

 

Aangezien ik ziekenhuishulp nodig heb en veel kinderen mij gezien hebben, besluiten ze mij aan de Duitsers over te leveren. De Duitsers brengen mij naar het ziekenhuis in Leeuwarden voor röntgenfoto’s. Ik blijf daar tot 10 mei en ik word daar goed behandeld. Ik lig op dezelfde zaal als een aantal patiënten van de Duitse luchtmacht. Op een dag krijg ik bezoek van een Duitse officier en die vertelt mij dat al mijn bemanningsleden zijn omgekomen en op de begraafplaats van Damwoude (Akkerwoude) liggen.

 

Van Leeuwarden ga ik per brancard naar Frankfurt. In juni wordt ik naar een oorlogsziekenhuis in Kassel gebracht. Daar blijf ik tot eind oktober 1943. Dan zijn mijn wonden genezen.

 

Hierna kom ik in een kamp bij Memel. Het heet Stalag Luft VI. Later verhuis ik helemaal naar Stettin aan de Oostzee. In dit kamp zitten 4000 Amerikaanse en 600 Engelse vliegeniers en bemanningsleden. De behandeling in dit kamp is soms slecht. In onze groep krijgen we twee aan twee handboeien aan en dan moeten we van het station naar het kamp tussen een lange rij van Duitse bewakers doorlopen. De Duitser gebruiken daarbij hun laarzen, vuisten, geweren en bajonetten. Er worden honden losgelaten en die mogen gevangen aanvallen. Dit is de standaardmethode voor alle gevangen die net aankomen. Kort na onze aankomst horen we dat er een aanslag op Hitler geweest is.

 

Na kerst 1944 zorgt de komst van de Russen er voor dat we weer moeten verhuizen. We lopen dwars door Duitsland. Daar doen we zes weken over en we krijgen alleen ’s nachts wat halfgare aardappels. Door het gebrek aan voedsel en door het weer, sterven een aantal gevangenen. Van een aantal, die ontsnappen, horen we niets meer en we denken dat die doodgeschoten zijn door de SS. Bij aankomst in Stalag 357 in Fallingbostel ontdekken we dat we op een hongerdieet gezet worden. Gelukkig is het einde van de oorlog in zicht.

 

Tijdens mijn twee jaar als oorlogsgevangene behandelen de Duitsers mij over het algemeen in overeenstemming met de Conventie van Genève (In de conventie van Genève is vastgelegd hoe krijgsgevangen behandeld moeten worden). Het voedsel bestaat in alle kampen uit kleine rantsoenen, maar gelukkig ontvangen we wel voedselpakketten van het Rode Kruis.

 

Half april 1945 beginnen de Duitsers alle gevangenen naar het noorden richting Denemarken te verplaatsen. Ik heb genoeg van het marcheren en verberg mij in het kamp. Na twee dagen keert de groep terug, omdat de weg door de Britse troepen is afgesneden. Het elfde pantserdivisie bevrijdt ons dan’ Op 28 april 1945 word ik naar Brussel gebracht. Dan ga ik met een Lancaster vliegtuig op 1 mei, precies twee jaar na de crash bij Damwoude, terug naar Londen. Dat herinnert mij eraan dat toen ik bij jullie in Damwoude was, op 1 mei 1943, dat jullie mij geregeld vroegen hoe lang de oorlog nog zal duren. Ik zei toen tegen iedereen: ‘Nog twee jaar’. Ik had het dus bijna voor 100% goed geschat.  

 

Andere bronnen over 1 mei 1943

Hieronder zie je twee Duitse bronnen en één uit Damwoude met een beschrijving van wat er op 1 mei 1943 gebeurt.

  

De luchtaanval op het Roergebied Berlijn 1 Mei (D.N.B.)

 

Naar het D.N.B. verneemt heeft de Britse luchtmacht de luchtaanval op het Roergebied in den nacht van 30 april op 1 mei bij laaghangende wolken uitgevoerd, zodat zij haar bommen meest lukraak moest uitwerpen. Zij verloor, naar kon worden geconstateerd, daarbij dertien zware gevechtsvliegtuigen, niettegenstaande de Duitse afweer, vooral de luchtdoelartillerie, door de weersomstandigheden gehandicapt werd. Zaterdags werden in West-Duitsland en op verscheidene plaatsen in de bezette gebieden in het westen de resten der neergeschoten, meest verbrande, vijandelijke vliegtuigen gevonden.

 

 

Hier zie je luitenant Heinz Grimm. Hij is piloot op de basis Leeuwarden en schiet op 1 mei de Stirling, die op een hoogte van 4000 m vliegt, naar beneden.

‘Om 2.52 uur stort het toestel neer’, zo schrijft hij in zijn logboek. Hij wordt zelf in oktober 1943 neergeschoten. Hij heeft dan 27 vliegtuigen neergehaald.

 

Er zijn op Leeuwarden piloten die nog veel meer dan 27 vliegtuigen hebben neergeschoten. Trieste records. 

 

Marechaussee gewest Groningen groep Dantumadeel, neerstorten vliegtuig

 

In den morgen van 1 Mei 1943 te 2.45 ongeveer hoorde ik, Paul August Knijft, veldwachter te Akkerwoude, gemeente Dantumawoude, behorende tot opgemelde groep, afweervuur vermoedelijk afkomstig van boordwapens van vliegtuigen uit de richting zuidwest. (Leeuwarden)

Ik begaf mij onmiddellijk naar buiten en constateerde dat er een vliegtuig aangeschoten werd. Terwijl dit in brand geraakte gleed dit af in vrijwel noordelijk richtingen, kwam ten zuiden van de Borkenslaan, een weg gelegen te Akkerwoude, gemeente Dantumadeel. Even voordat het vliegtuig de grond bereikte zag ik dat er zich een parachute opende en met dezelfde snelheid daalde als het vallende vliegtuig.

Onmiddellijk gaf ik kennis aan den onderluitenantgroepscommandant te Murmerwoude (M. van der Sluis).

Op voornoemde plaats gekomen constateerde ik dat dit een Engel vliegtuig was. Na enig zoeken vond ik de parachute, welke verward was in het staartgedeelte van dit vliegtuig, liggende in de tochtsloot. De parachutist bevond zich levenloos in het water van deze tochtsloot.

…. Hierop is door ons met de inmiddels gearriveerde Duitse manschappen der Weermacht, het lijk van de parachutist geborgen. De commandant van de aanwezige manschappen nam hierop de leiding.

 

 

Na de oorlog

Op 1 mei 1950 komt Painter voor de tweede keer naar Friesland. Hij logeert bij dokter R.D. Tuin die hem in de oorlog behandeld heeft. Ze bezoeken de plaats in Rinsumageest waar Painter geland is. Ze gaan naar de plek waar het toestel met zijn bemanningsleden is neergestort en natuurlijk bezoekt Painter de graven op de begraafplaats van Akkerwoude.

 

Andere oorlogsgraven

Dit is slechts één verhaal over één bemanningslid van een naar beneden geschoten bommenwerper. In Dantumadeel komen vijf vliegtuigen neer. Behalve de oorlogsgraven van Akkerwoude, liggen er ook op de begraafplaatsen van Murmerwoude 8 bemanningsleden, in Westergeest liggen ook 8 en in Driesum 4.

 

Over al die mannen en over de mannen die de crash met een parachute hebben overleefd, kun je een verhaal schrijven zoals dat van Curley Painter. In het archief van de gemeente Dantumadeel kun je er informatie en foto’s over vinden. Al die jonge mannen dragen een stukje bij aan onze bevrijding.

 

 

 

10.2 Het gemeentelijk oorlogsmonument in Damwoude

Dit is het gemeentelijk monument van Dantumadeel. Het staat aan de Hoofdweg in Damwoude. Op 4 mei worden hier kransen gelegd door de gemeente en door leerlingen van de Fontein. Het beeld is gemaakt door Jacob van Kampen. Je ziet een man, een vrouw en een kind met bloemen in de hand. Het beeld symboliseert al de mensen die in de oorlog zijn omgekomen. De man kijkt in de richting van De Valom. Daar vond in de oorlog een beschieting plaats tussen het verzet en de Duitsers. De vrouw en het kind kijken in de richting van Dokkum waar uit wraak voor de beschieting bij De Valom twintig mensen werden vermoord. Het kind met de bloemen stelt de jeugd voor. De toekomst. Hieronder wordt eerst iets over de wapendroppings bij Aalsum verteld, dan over de beschieting bij De Valom en ten slotte iets over het doodschieten van twintig mensen bij de Woudweg in Dokkum.

 

Opschrift op het monument in Damwoude.

Want FRIJHEIT is een KAR dwaan

tusken GOED en KWEA

en dêr foar STEAN

en der as’t MOAT foar FALLE

 

Want VRIJHEID is een keuze maken tussen GOED en KWAAD en daar voor uitkomen en als het moet daar voor sterven.

 

Wapendroppings bij Aalsum

Op 20 oktober 1944 worden er voor het eerst door de geallieerden wapens gedropt in Friesland en wel bij Aalsum. Die wapens zijn voor de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). De NBS wordt ook wel de BS genoemd en dit is het verzetsleger dat moet helpen bij de bevrijding  van Friesland. In totaal zijn er in Friesland 2500 leden bij de NBS. Op het volgende kaartje zie je de plaatsen waar in Friesland wapens voor het verzet gedropt zijn.

 

 

De bovenste plaats Aalsum bij Dokkum ligt dicht bij onze woonplaats. Piet Veeninga woont tijdens de oorlog op de boerderij die nu Droppingahiem genoemd wordt. Hij is vaak bij ons op school geweest en dit is zijn verhaal.

 

 

Droppingahiem

  “Mijn naam is Piet Veeninga en ik ben boer geweest op Droppingahiem boven Dokkum. Ik was ongeveer 20 jaar en mijn vader, die daar tijdens de oorlog boer was, was 58 jaar, toen er bij ons wapens werden gedropt. Onze boerderij noemden ze toen "De Rimboe". Hij lag niet aan een verharde weg.

 

 

Ik zal je vertellen hoe ik bij die wapendroppings terecht gekomen ben. Op een dag kwamen er 3 mannen op bezoek. "Wij komen in opdracht van onze regering in Londen", zeiden ze. "Wij vragen toestemming om uw land te mogen gebruiken voor een wapendropping. Ze droppen wat, wij nemen het direct mee en vertrekken weer." Mijn vader gaf z'n toestemming en zei:  "Het zal wel wat meevallen".

 

De boerderij waar Veeninga woonde en die toen de Rimboe werd genoemd.

 

De eerste keer

Dat was dus het begin. We wisten niet waar we aan begonnen waren. We dachten dat er een kist met pistolen zou vallen. De eerste keer hadden we het er nog over dat we die kist niet op onze kop moesten krijgen. We wisten niet eens dat ze met een parachute kwamen. De KP (knokploeg) had revolvers nodig, maar uit Engeland gooiden ze ook wapens neer voor de NBS. De NBS moest die wapens gebruiken om te helpen bij de bevrijding van Nederland.

 

"De worm heeft rode haren"

  Als we de slagzin: "De worm heeft rode haren", 's middags half twee voor de radio hoorden, dan wisten we dat er 's avonds bij ons een dropping kwam. Bij zo'n dropping waren ± 40 man betrokken. Die kwamen uit verschillende richtingen naar onze boerderij. Elke keer hadden wij een wachtwoord zoals Rode School bijvoorbeeld.

Wij kenden elkaar niet. Dat was een voorwaarde voor het verzet, want stel dat je opgepakt werd, hoe minder je wist, hoe beter het was. Daarom kwamen de verschillende K.P.-ploegen overal vandaan. Eén van die knokploegen bij de eerste dropping, kwam uit Dantumadeel en die stond onder leiding van Klaas Wijbenga van De Valom. De knokploegen dienden o.a. als bewakingsposten. Ik stond hen dan op te wachten om hen naar hun wachtpost te brengen en daar waakten zij dan de hele nacht in de berm van de sloot. Wij hadden met hen de volgende tekens afgesproken:

·        Eén lichtflits: Er is een Duitse patrouille onderweg.

·        Twee lichtflitsen: De Duitsers merken iets.

·        Met de lamp een cirkel maken: De Duitsers komen eraan, maak dat je weg komt.

 

Het toestel dat de wapens kwam droppen kwam uit Engeland en vloog tussen Ameland en Schiermonnikoog door laag over het water. Ze moesten zo laag vliegen om het luchtafweer­geschut te ontwijken. Over het wad aangekomen, ging het recht op onze boerderij af. Wij stonden dan in het land. Soms hadden we al uren staan wachten. Degene die de leiding had, had de touwtjes stevig in handen. Wij mochten niet in groepjes bij elkaar staan en we mochten niet roken. Een brandende sigaret is in het donker op grote afstand te zien. We hadden zaklampen met daaromheen een buis waarmee we recht omhoog schenen, zodat alleen de piloot deze lampen, die ook de windrichting aangaven, kon zien. Eén van ons seinde in morse de letter K.

 

Angst

De spanning was te groot om bang te zijn. Wij wisten wat we moesten doen. Wij voelden het als een stukje bevrijding wanneer dat Engelse toestel contact met ons had en z'n wapens dropte. De vrouwen thuis waren bang. Ze wisten niets en maakten zich de meeste zorgen. De mannen zeiden niet meer dan: "Wij moeten vanavond even weg!". Veel vrouwen waren echte verzetshelden. Zij waren bang, maar namen toch een onderduiker in huis. De rol van de vrouw in het verzet is veel te weinig belicht.

 

De dropping

Als het vliegtuig kwam, altijd een zware bommenwerper, dan vloog die over het land van onze boerderij en dan door richting Damwoude. Eerst moesten ze namelijk de aanvliegroute tegen de wind in bepalen. Dan kwamen ze terug en dropten de containers met wapens tegen de wind in, terwijl ze boven het land van onze boerderij, vol gas, zo steil mogelijk en met veel lawaai omhoog klommen. Wij dachten dat ze het lawaai in Dokkum (waar de Duitsers lagen) wel konden horen. Maar gelukkig ging alles goed.

De containers vielen er achterelkaar uit en lagen op de grond vaak niet meer dan 20 m uit elkaar. De wapens zaten in grote containers met een parachute eraan en een stootkussen eronder. De kleur van de parachute zorgde ervoor dat we direct wisten wat er in zat. 

 

Het vervoer

Meestal ging het vervoer van de wapens per schip verder. 's Nachts haalden we de wapens uit de containers. De containers zelf lieten we naar de bodem van de vaart zakken en de parachutes verstopten we. Eerst op onze boerderij, maar toen dat te gevaarlijk werd ergens op het land. Soms vervoerden we de wapens in lijkkisten en we hebben ze ook wel eens op het kerkhof onder een grafsteen verstopt.

 

Mist

Tijdens 4 droppings zijn er in totaal 87 containers met wapens gedropt. Eén keer hadden we sterke grondmist. Wij zaten met de lampen op elkaars schouder, maar de piloot zag ons niet. Hij kwam wel steeds overvliegen, maar is daarna met de wapens weer naar Engeland gegaan.

 

 

Hier zie je de bakfiets van bakker Van der Veen uit Leeuwarden. Hierin werden de wapens die bij Aalsum waren gedropt in Leeuwarden vervoerd. Ze waren bestemd voor de Binnenlandse Strijdkrachten.

 

Beschieting bij De Valom

Op 13 januari 1945 ontdekken de Duitsers bij een huiszoeking op de boerderij van Benedictus bij Aalsum wapens. Deze boerderij lag in de buurt van het wapendroppingsterrein bij Aalsum en de wapens waren ook van een dropping afkomstig. De arbeider,  Geale Postma uit Driesum, werd gearresteerd. Daarna volgen er een aantal arrestaties. Eén van de arrestanten is dr. Gunster de apotheker in Dokkum. Deze apotheker woonde toen in het Blokhuis, dat schitterende huis met trapgevels tegenover het stadhuis in Dokkum. Deze apotheek was het hoofdkwartier van de NBS in deze streek. De apotheker speelde een belangrijke rol in het verzet en hij  kende de gehele verzetsorganisatie in deze buurt. Het verzet had er groot belang bij om de apotheker uit handen van de Duitsers te krijgen.

 

Op 19 januari worden drie arrestanten, waaronder Gunster, van Dokkum naar Leeuwarden vervoerd. De route gaat via De Valom, waar toen nog een opklapbrug was. 

 

 

 

Het verzet besluit om bij De Valom de arrestanten te bevrijden. Ze draaien de brug een klein stukje open waardoor de auto moet stoppen. Het was de bedoeling om bij deze actie geen schot te lossen maar het gaat mis. Van beide kanten wordt geschoten. Eén Duitser (Maus), een topman van de S.D. (Sicherheits Dienst = veiligheidsdienst)  komt om en de Belgische chauffeur (De Keukelare) die voor de Duitsers werkte raakt zwaar gewond. Hij sterft  later aan zijn verwondingen. De bevrijdingsactie lukt, alleen Gunster raakt gewond aan zijn knie. 

 

Grundmann

In de auto zit ook de SD-commandant Grundmann. Hij overleeft de aanslag en weet te ontkomen. Hij is woedend en wil wraak voor wat er gebeurd is. De bevolking in De Valom houdt haar hart vast. Veel mannen duiken onder. Grundmann verzoekt de Duitse legerleiding om Dokkum te bombarderen. Dit gaat de Duitsers te ver. Ze besluiten om 20 gevangenen, afkomstig uit de gevangenis van Leeuwarden en Groningen, bij Dokkum neer te schieten.

 

22 januari 1945

Op 22 januari 1945 worden aan de Woudweg bij Dokkum twintig gevangenen neergeschoten. Een aantal van hen (zoals Geale Postma) komt uit onze streek. De lijken blijven een dag liggen. Dit is de grootste massa-executie die er in Friesland heeft plaatsgevonden.

 

Monument aan de Woudweg

Op de plaats waar deze misdaad zich voltrok staat nu een monument. Op twee stenen staan de namen van de twintig slachtoffers.

 

Heinrich F.W. Krohne, Groningen

Hendrik Lommert, Leeuwarden

Jan.W. Bukers,  Leeuwarden

Harm E. Blaauw, Groningen

Aris Heijdenrijk, Leeuwarden

Freerk Walters, Oude-Pekela

Herman I. van Gelder, Groningen

Abraham E Sachs, Winschoten

Hendrik Boersma, Stedum

Hendrik Woldring, Groningen

Jarl Ruinen, arts te Ee

Jan van Dijken, Dokkum

Geale Postma, Driesum

Louwrens Hulshoff, Dokkum

Wilhelmus Moorman, Beek

David Adler, Hongarije

Ernst Meinsma, Nes

Hinne Krolis, Leeuwarden

Arnold Frensdorf, Amsterdam

en Jan Duursma, Groningen

 

Gastdocenten

Piet Veeninga behoort tot de gastdocenten die jarenlang bij de scholen langs gegaan zijn om uitleg te geven over het verzet. Op de vraag waarom zij de moeite nemen om als gastdocent langs de scholen te gaan, antwoordt Piet Veeninga: 'Waarom gaan wij eigenlijk bij de scholen langs? Vrijheid is nu zo normaal en het leven kan gelukkig zo mooi zijn. Maar als wij nu zien dat er ergens gepest wordt, gediscrimineerd of ergens onvrijheid is, dan maken wij, die de oorlog hebben meegemaakt, ons daar kwaad om, want dan gaat het verkeerd. Verpest voor elkaar het leven niet, maar maak er iets van'.

 

startpagina

 

We hebben 54 gasten en geen leden online

janum300dpi.jpg
oude gemeentehuis.jpg