10.1 Het oude gemeentehuis aan de Kruisweg in Damwoude

 

 

 

Het oude gemeentehuis aan de Hoofdweg te Damwoude is nu een antiekzaak. Het is niet een officieel oorlogsmonument, maar dat had het best kunnen zijn. Als die stenen zouden kunnen spreken, dan zouden we horen wat daar allemaal besproken en besloten is. Op het gemeentehuis stonden ze in de oorlog vaak voor een moeilijke keus. Handelen we in het belang van de inwoners van Dantumadeel of doen we wat de Duitsers zeggen?

 

Wij leven nu in een vrij land. Jij mag zeggen, denken en schrijven wat je wilt. Zo lang je andere mensen niet vals beschuldigt, kun je je gang gaan. Wanneer je later bij de overheid gaat werken, dan hoef je geen werk te doen dat tegen jouw geweten in gaat. In de tweede wereldoorlog lag dat heel anders. Wie in de oorlog bij de gemeente werkte, of bij de politie, zat in een hele moeilijke positie. De ambtenaren en de burgemeester van Dantumadeel moesten uitvoeren wat de Duitsers hen opdroegen. Wat doe je wel en wat doe je niet. Zo'n keus is niet gemakkelijk. Weigeren betekent ontslag en geen inkomen. Een burgemeester die niet voldoende meewerkte met de Duitsers, werd ontslagen en vervangen door een burgemeester die lid was van de NSB. De NSB was de partij die vierkant achter Hitler stond. Er zijn veel burgemeesters afgezet.

 

De Nederlandse politie moest Joden arresteren. Misdadigers arresteren daar is een agent voor opgeleid. Maar onschuldige Joden arresteren, dat is heel wat anders. Wanneer je voor zulke keuzes komt te staan, wat doe je dan?

 

 

 

 

 

 

In het archief van Dantumadeel vind je nog veel bronnen over de oorlog. Wanneer je daar in bladert dan ontstaat er een beeld en een verhaal. We gaan terug in de tijd naar 9 mei 1940.

 

 

 

Het is stralend mooi lenteweer. De Tweede Wereldoorlog is in september 1939 begonnen, maar Nederland doet niet mee. Wij zijn neutraal. Hitler heeft beloofd dat als Nederland strikt neutraal blijft, hij ons land niet aan zal vallen. De mensen in Dantumadeel hopen dat Nederland niet aan de oorlog deel zal nemen, maar uit Duitsland komt slecht nieuws. Majoor Sas, een Nederlander die in Berlijn werkt, heeft contact met een secretaris van het bureau van Hitler. Deze Duitser geeft geheime oorlogsinformatie door. Dat kost hem later zijn leven. Op 9 mei belt Majoor Sas met de regering in Den Haag: ‘Morgenochtend bij het krieken van de dag. Hou je taai’. Dat is duidelijke taal, maar het is niet de eerste keer dat majoor Sas met deze boodschap komt. De aanval op Nederland is al een paar keer uitgesteld. Hierdoor komt het dat niet iedereen de boodschap even serieus neemt. Het Sast ook weer zeggen ze. ’t Zal wel weer met een sisser aflopen’.

 

 

 

Op vrijdag 10 mei 1940 blijkt dat de belofte van Hitler dat Nederland niet aangevallen zal worden, waardeloos is. Negenhonderd Duitse vliegtuigen vallen ons land aan. Sommige toestellen komen laagvliegend over Dantumadeel. De eerste Duitse troepen komen die dag tot de stad Groningen

 

 

 

 

 

 

Het Nederlandse leger heeft de opdracht om zoveel mogelijk bruggen op te blazen om zo het Duitse leger te keren en zich daarna terug te trekken. In het noorden moet de Afsluitdijk de Duitsers keren. De bezetting van Friesland gaat veel sneller dan de regering verwacht. Op het kaartje kun je zien hoe de Nederlandse regering het noorden van ons land wil verdedigen.  Een waterlinie van Zoutkamp tot Lemmer moet de Duitsers keren.

 

 

 

 

 

 

Bij Dokkumer Nieuwe Zijlen en bij Zoutkamp worden de sluizen open gezet. Het water in de Zwemmer begint te stijgen. De mensen die in de buurt van De Zwemmer wonen (Driesum, Wouterswoude en Zwaagwesteinde), krijgen bezoek van de politie. Zij moeten met hun vee direct dit gebied verlaten en verhuizen naar hoger gelegen stukken. In Dantumadeel moeten 15 gezinnen in de buurt van De Zwemmer evacueren. Eén gezin weigert en doet niet mee.

 

 

 

 

 

 

De evacuatie is een heel gedoe. Vooral het vee geeft veel drukte. In Kollumerland moeten 3500 mensen en 7000 stuks vee verhuisd worden. Op de foto zie je enkele evacués in Dokkum. Het water in de Zwemmer stijgt langzaam. Zout water drijft De Zwemmer in. Veel zoetwatervissen kun je nu zo pakken. Het water stijgt, maar overstroomt het gebied niet. Het terugtrekken van het Nederlandse leger richting de Afsluitdijk verloopt snel. ’s Middags komt het bevel om het onderwater zetten te stoppen en de volgende dag keren allen weer naar hun huizen en boerderijen terug.  Bij niemand is die nacht ingebroken.

 

Op 11 mei trekt het Duitse leger over de Groningerstraatweg naar de Afsluitdijk.

 

’s Middags half vier rijdt de eerste Duitse gevechtswagen langs het gemeentehuis in Damwoude naar Dokkum. Over de Groningerstraatweg trekt het Duitse leger verder. Lange rijen paarden en wagens met vermoeide en soms slapende soldaten. Pas bij de Afsluitdijk komt de opmars die dag tot stilstand. Zo’n 225 Nederlandse soldaten in moderne kazematten met wanden van drie meter beton kunnen daar het Duitse leger keren.

 

 

 

 

 

 

Bij de verovering van Friesland sneuvelen 22 Nederlandse soldaten. Buiten Friesland komen 113 Friese soldaten om. Jochum Fennema, 28 jaar uit Wouterswoude, is de enige soldaat uit Dantumadeel. Hij sneuvelt bij gevechten bij vliegveld Valkenburg. De oorlogsschade in Friesland valt, vergeleken met de andere provincies, enorm mee.

 

Op 15 mei geeft het Nederlandse leger zich over. Na een paar weken worden de soldaten uit de krijgsgevangenkampen vrij gelaten. De soldaten uit Dantumadeel zijn voor eind mei weer terug in de gemeente. Keimpe D. Bosch vlucht naar Engeland en komt 5 jaar later weer terug in Zwaagwesteinde.

 

De Duitsers gedragen zich in het begin van de oorlog, op bevel van Hitler, correct. Ze kopen van alles en rekenen keurig af. Hitler probeert het Friese volk achter zich te krijgen. Dat lukt de eerste jaren heel aardig. Van verzet is voor eind 1942 niet veel te merken. Duitsland wint op alle fronten. Op een gebouw in Leeuwarden staat het met grote letters te lezen.

 

 

 

 

 

 

Met reclame probeert Hitler meer aanhang te krijgen. Voor de oorlog stemde zo’n 4% van de bevolking op de NSB. Aan het begin van de oorlog neemt het aantal leden van de NSB toe van 50.000 naar 80.000. Sommige mensen geloven in de nieuwe orde die de Duitsers in Europa willen brengen. Anderen worden lid om gemakkelijk aan een baantje te kunnen komen.

 

In het begin gaat de welvaart hier vooruit. De Duitsers maken van vliegveld Leeuwarden een groot vliegveld. De 7.000 mannen die op het vliegveld werken, krijgen goed betaald. Veel van die arbeiders komen uit Dantumadeel. De gemeente heeft veel minder werklozen. De prijzen voor de boeren zijn goed en veel mensen denken: ‘Tot nu toe valt het mee.’

 

 

 

 

 

 

In Zwaagwesteinde mogen ze tijdens de oorlog tegen dit bord op het spoorwegstation aankijken. Wie probeert om het eraf te halen of om het te bekladden en daarbij gepakt wordt, kan rekenen op een forse straf.

 

 

 

 

 

 

Sommige inwoners durven dat toch. Bij NSB-ers worden stenen door de ramen gegooid. De burgemeester van Dantumadeel vindt dat dat niet kan en verspreid het volgende bericht.

 

 

 

 

 

 

Dan krijgt iedereen een persoonsbewijs. De ambtenaren van het gemeentehuis moeten dit uitvoeren. Alle inwoners van Dantumadeel komen op de foto. Hieronder zie je het persoonsbewijs van mijn vader:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het persoonsbewijs is ontworpen door een heel ijverige Nederlander. Hij maakt zo’n goed bewijs dat het bijna onmogelijk is om het na te maken. Met die persoonsbewijzen krijgen de Duitsers de bevolking in een houdgreep. Na 1943 moeten heel veel Nederlanders naar Duitsland om daar te werken. Wie niet gaat moet onderduiken.

 

Op dit persoonsbewijs van mijn vader staat een stempel. Wie zich op 10 november 1944 in Leeuwarden meldt en niet naar Duitsland hoeft om te werken, krijgt zo’n stempel met daaronder de handtekening van de Duitser Heidriock. Bij het Friese verzet zit iemand die dat stempel en die handtekening precies kan namaken. Volgens mijn vader krijgt hij dit valse stempel en de handtekening op zijn persoonsbewijs van iemand van het verzet.

 

 

 

Aan valse persoonsbewijzen komen is veel moeilijker. Daarvoor heeft het verzet de medewerking van de ambtenaren van het gemeentehuis nodig. Die lopen daarbij een groot risico. Door ambtenaren op het gemeentehuis van Dantumadeel worden minstens 70 valse persoonsbewijzen voor het verzet geleverd. Zij hebben daar niet een stapel bewijzen liggen, maar moeten elk persoonsbewijs verantwoorden. Om valse uit te geven, moeten ze knoeien in het bevolkingsregister. Zo krijgt Marga Minco, de Joodse schrijfster van het boek: 'Het bitter kruid', van een ambtenaar uit Tytsjerksteradeel het persoonsbewijs van een overleden meisje uit Suwâld. Met dat persoonsbewijs overleeft ze de oorlog. In het boek 'Het Bittere Kruid' schrijft ze daar het volgende over:

 

 

 

In de bus bekeek ik het persoonsbewijs. Mijn foto met het lichte haar en mijn vingerafdruk. Ik las de naam.

Het was of ik aan mezelf werd voorgesteld. Ik zei hem een paar keer zacht voor me heen. Later, toen we langs een smalle vaart liepen, wees Wout naar een laag, oud huis. ‘Hier is het,’ zei hij. ‘Je zult er volkomen veilig zijn.’ We gingen een bruggetje over met een ijzeren hek. Een lang blond meisje in een overall kwam ons tegemoet. Ik zei mijn naam, mijn nieuwe naam.

 

 

 

Ook worden er kaarten uit het bevolkingsregister van Dantumadeel gehaald van jongens die in de leeftijd zitten dat ze in Duitsland moeten werken.

 

 

 

De Duitsers zijn bang dat postduiven gebruikt worden om informatie door te geven en daarom is er van eind 1941 af een verbod op het houden van postduiven. Hier lees je een berichtje van de burgemeester van Dantumadeel over het verbod van het houden van postduiven. Het bericht is van 7 augustus 1942.  Lees hieronder wat er met de duiven gebeurt. 

 

 

 

 

 

 

In het archief van het gemeentehuis liggen de lijsten van de ingeleverde ringen van de duiven en de namen van de duivenhouders die met hun hobby moesten stoppen.

 

 

 

 

 

 

Het gemeentehuis regelt ook de distributie van levensmiddelen. Dit bonnenstelsel wordt voor de oorlog al ingesteld. Elke gemeente heeft zijn eigen distributiekantoor. Deze dienst zorgt er voor, dat ook kleine dorpen van bonkaarten worden voorzien. Op vaste tijden komen mensen van deze dienst in het dorp om kaarten af te geven op vertoon van de distributiestamkaart. Elke inwoner krijgt zijn distributiestamkaart. De stamkaart hieronder is van mijn tante. De kaart staat op naam en is persoonlijk eigendom.

 

 

 

 

 

 

 

Met deze stamkaart moet je naar het distributiekantoor gaan en daar krijg je bonkaarten, waarop weer bonnen voor allerlei producten staan die op de bon zijn. Voor de oorlog zijn maar enkele artikelen op de bon, zoals suiker en erwten. Tijdens de bezetting komen daar al gauw veel producten bij. Het wordt steeds moeilijker om zonder bonkaarten aan allerlei artikelen en levensmiddelen te komen.

 

 

 

 

 

 

 

Koop je melk dan wordt de melkbon van de kaart afgeknipt. De winkeliers moeten de bonnen, die ze krijgen, op een vel papier plakken. Ook hij krijgt alleen producten waar hij bonnen voor inlevert. Je snapt dat er een levendige handel in zulke bonnen ontstaat. Als je zelf niet snoept dan kun je jouw bon ruilen tegen tabaksbonnen. Voor zulke bonnen worden hoge bedragen betaald. Sommige mensen weten met deze zwarte handel enorme bedragen te verdienen. De Duitsers zijn fel tegen deze handel in bonnen. Als je gepakt wordt levert dat celstraf op. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook rookartikelen worden schaars. Veel mensen kweken dan hun eigen tabaksplanten. Ze noemen dit 'eigen teelt’. De bladeren van die plant worden gedroogd en als surrogaattabak gerookt. Op een boerderij, waar ik vroeger veel speelde, vinden we op een woensdagmiddag zulke tabak op een zolder. Wij roken er stiekem van. Het stinkt verschrikkelijk en we worden kotsmisselijk.

 

Geleidelijk aan is er bijna niets nieuws meer te krijgen. Je kunt wel bonnen voor schoenen hebben, maar dat wil niet zeggen dat de schoenmaker ook schoenen voor jou heeft liggen. Iedereen maakt dus van oud weer nieuw. Ruilen kan natuurlijk ook. In de krant staan dan advertenties zoals: Wie wil een trouwjapon ruilen tegen een werkbroek. Niets wordt weggegooid. Er wordt ook clandestien geslacht. Ook hierop staat een straf  Eigenlijk is er zo langzamerhand niet veel dat niet strafbaar is. De meeste mensen trekken zich daar steeds minder van aan en proberen zo goed mogelijk door de tijd te komen.

 

 

 

Naarmate de bezetting langer duurt verandert de houding van de Duitsers en neemt de weerzin tegen hen toe. De ambtenaren op het gemeentehuis krijgen het steeds moeilijker. Er komt een eindeloze stroom van regeltjes. Hoe meer regels, hoe gewoner het wordt om die regels, als het enigszins kan, niet op te volgen. In Duitsland ontstaan tekorten en alles wat ze kunnen gebruiken wordt uit Nederland weggehaald. De distributie wordt uitgebreid en uiteindelijk is op de bonnen haast niets meer te krijgen.

 

 

 

 

Klok Dantumawoude voorjaar 1943

 

 

 

In januari 1943 verliezen de Duitsers de slag bij Stalingrad. Veel Friezen wordt het dan duidelijk dat Duitsland toch niet onoverwinnelijk is. De geallieerden dringen vanaf dat moment de Duitsers langzaam terug. De hoop op bevrijding groeit en een aantal mensen in onze regio besluit om geen genoegen te nemen met de bezetting en actief een bijdrage aan de bevrijding te leveren.

 

 

 

 

April 1945 Canadezen in Leeuwarden.

 

 

 

Op 14 april 1945 wordt onze regio door de Canadezen en de Binnenlandse Strijdkrachten bevrijd.

 

 

 

 

April 1945, Canadezen in Dokkum

 

 

 

Op zondagmorgen 15 april wordt er in het gemeentehuis van Damwoude een proclamatie opgesteld. Er staat boven:

 

 

 

Aan de inwoners van Dantumadeel,

 

Nederlanders! Sedert 14 april zijn wij weer vrij!. Dank zij onze dappere Geallieerden en de opofferende en de stoutmoedige daden van onze ondergrondse soldaten kunnen wij weer leven, bevrijd van spionage en roof, van dwangarbeid en concentratiekampen, van moord en doodslag. Vrij van het dwangjuk van Hitler en zijn trawanten – vrij om weer te zeggen wat wij denken – vrij om weer te doen, waartoe wij als mens geroepen zijn – vrij om weer te wezen zoals wij zijn: Vrije Nederlanders in ons eigen Friesland! God zij daarvoor gedankt!En in ieders hart stijge de bede omhoog dat spoedig geheel Nederland weer verenigd om onze geëerbiedigde Koningin en Haar Huis, zijn arbeid zal kunnen hervatten tot opbouw van Staat en Maatschappij! Maar dan ook samen de hand aan de ploeg en ieder aan zijn dagelijkse taak, op het veld en in de bedrijven. Toont hierin dat gij de pas verworven vrijheid een van Gods schoonste gaven, waardig zijt. Met weemoed gedenken we hen die voor het Vaderland hun leven lieten of door beulshanden werden vermoord en niet met ons het feest der bevrijding hebben mogen vieren. Blijft verder rustig, totdat alle vijanden voorgoed zijn vertrokken en er geen nodeloze slachtoffers meer vallen. En u – Nederland verwacht, dat Friesland zijn plicht zal doen!

Leve het vaderland! Leve de Koningin!

Oranje boven!

 

Uitzinnig van vreugde wordt er feest gevierd. Het begin van het grootste feest van de twintigste eeuw. Een feest voor jong en oud. Op het gemeentehuis gaat de vlag uit.

 

Op 12 september wordt er in Leeuwarden nog een keer een groot bevrijdingsfeest georganiseerd.  Ze kunnen er maar niet genoeg van krijgen. De onderduikers zijn weer gewone vrije mensen. De postduiven in Dantumadeel kunnen weer in vrijheid hun vleugels uitslaan en de ambtenaren op het gemeentehuis kunnen weer gewoon hun werk doen.

 

 

 

 

 

 

Dirk Corporaal 2007

 

 

 

10. Oorlogsmonumenten in Dantumadeel

Op donderdag 14 april 1945 werd Dantumadeel bevrijd. Dagenlang werd er feest gevierd. Nu ruim 60 jaar later wordt die bevrijding nog steeds herdacht. Op 4 mei hangt de vlag halfstok, dan denken we aan de mensen die in de oorlog zijn omgekomen. Op 5 mei heb je vrij en kun je naar één van de bevrijdingsfeesten gaan. Zo'n vrije dag is mooi, maar het is belangrijker dat je weet waarom we de bevrijding vieren. Misschien heeft jouw school een oorlogsmonument geadopteerd. Leerlingen leggen daar op 4 mei dan bloemen neer. Op de website: www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten kun je tien oorlogsmonumenten van Dantumadeel vinden. Bij al die monumenten staat een stukje geschiedenis en soms ook welke school het monument geadopteerd heeft. Wie een klein beetje om zich heen kijkt, vindt op straat nog veel meer aanwijzingen, herinneringen en verhalen over de oorlog. Kom maar mee langs de oorlogsmonumenten die je op dit kleine stukje van onze gemeente kunt vinden.

 

Op het kaartje zie je een wandeling van een paar kilometer door een stukje van Damwoude. Bij elk monument staan we even stil bij de vraag: 'Wat zou dit monument allemaal kunnen vertellen? Welke vragen kunnen we samen bedenken. Na de wandeling verdelen we de klas in groepjes. Elk groepje kiest een monument waar we langs gekomen zijn. Je mag ook een ander oorlogsmonument uit Dantumadeel kiezen. Wanneer de groepjes de opdracht hebben uitgewerkt, dan houdt elk groepje een korte presentatie voor de klas. Je mag natuurlijk foto's, boeken uit de bieb, of materiaal van thuis meenemen. Om je te helpen geef ik in de paragrafen 10-1 tot en met 10-5 wat achtergrondinformatie. Dan maken we nu eerst onze wandeling. We beginnen bij nummer 1 op het kaartje. Dat is bij de rotonde in Damwoude.

 

 

1 Het oude gemeentehuis aan de Kruisweg

Tijdens de tweede wereldoorlog was dit het gemeentehuis van Dantumadeel. Op 10 mei 1940 viel Duitsland ons land binnen. Al op 11 mei reden de eerste Duitsers langs het gemeentehuis. Hoe verliep de bezetting van Dantumadeel? Vanaf dat moment moesten de ambtenaren de opdrachten van de Duitsers uitvoeren. Deden ze dat of kwamen ze in verzet tegen de Duitsers? Lees daarover meer bij paragraaf 10-1. Dan steken we nu de weg over en gaan naar nummer 2 op het kaartje.

2. Het gemeentelijke oorlogsmonument aan de Hoofdweg in Damwoude

Dit is het gemeentelijk monument van Dantumadeel. Op 4 mei worden hier kransen gelegd door de gemeente en door leerlingen van de Fontein. Het beeld is gemaakt door Jacob van Kampen. Je ziet een man, een vrouw en een kind met bloemen in de hand. De man kijkt in de richting van De Valom. Daar vond in de oorlog een beschieting plaats tussen het verzet en de Duitsers. De vrouw en het kind kijken in de richting van Dokkum waar uit wraak voor de beschieting bij De Valom twintig mensen werden vermoord. Het kind met de bloemen stelt de jeugd voor. De toekomst. Wat gebeurde er bij De Valom? Waarom werden er 20 onschuldige mensen bij Dokkum gedood en wat heeft dat met de wapendroppings bij Aalsum te maken?

Hier kunnen wel een paar groepjes mee aan het werk. Meer informatie vindt je in paragraaf 10-2.

 

We lopen nu langs de Voorweg naar nummer 3 op het kaartje.

 

3. Het stadbeeld van meester Klok

Dit oorlogsmonument staat bij de kruising van de Voorweg en de Achterweg in Damwoude. Het is het beeld van meester Klok. Over deze meester van de openbare school van  Akkerwoude in Damwoude is een heel goed boek geschreven. Het heet: 'Die rooie schoolmeester'. Meester Klok koos er in de oorlog voor om bij het verzet te gaan. Hoeveel mensen kozen net als meester Klok voor het verzet? Wat deed meester Klok in de oorlog? Wie waren er nu goed en wie waren er nu fout in de oorlog? Meer informatie lees je bij paragraaf 10-3. We steken nu de weg over naar nummer 4 op het kaartje.

 

4. Oorlogsgraven op het kerkhof van Akkerwoude

Vlak bij het monument van meester Klok ligt de begraafplaats van Akkerwoude. Daar zie je deze oorlogsgraven. Op meer begraafplaatsen in Dantumadeel liggen oorlogsgraven van geallieerde soldaten. Die jongens hebben hun leven gegeven voor de bevrijding van ons land. Al die oorlogsgraven willen ons een verhaal vertellen. Welke namen staan er op de steen. Waarom hebben twee graven een davidster? Wat gebeurde er op 1 mei 1943? Kies je voor dit oorlogsmonument lees dan verder bij paragraaf 10-4.Dan gaan we nu naar de Achterweg in Damwoude. Nummer 5 op het kaartje.

 

 

 

5. Het monument aan de Achterweg in Damwoude Tot slot komen we op onze wandeling langs het monument aan de Achterweg. Op 15 april 1945, één dag na de bevrijding van Dantumadeel sneuvelen hier twee mensen van het verzet. Wat gebeurde hier op die zondag in april? Hoe verliep de bevrijding van Dantumadeel? Lees verder bij paragraaf 10-5.

 

 

 

Dirk Corporaal 2007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8.3 Wâldhúske De Geast uit ongeveer 1850

Wat wil jij later worden? Heel veel leerlingen beantwoordden die vraag vroeger met ‘boer’, ‘boerin’ of ‘boerenknecht’. Voor de tweede wereldoorlog werkte meer dan de helft van de Nederlandse bevolking nog in de landbouw of de visserij.

 

Momenteel werkt in Nederland nog maar 2% van de beroepsbevolking in de landbouw. Voor jongens of meisjes die niet zelf uit een boerengezin komen, is het bijna onmogelijk boer te worden. Deze paragraaf gaat over de grote veranderingen op de boerderij en het wonen en werken in wâldhúske De Geast.

Wâldhúske De Geast

Mijn beppe leefde van 1878 tot 1980. Ze is bijna 102 jaar oud geworden. Mijn pake en mijn beppe hadden een boerderij. Eeuwenlang veranderde het leven op de boerderij nauwelijks. Tijdens het leven van mijn pake en beppe kwam daar plotseling verandering in. De industrialisatie begon. Er kwamen machines en daardoor veranderde het leven totaal. Die veranderingen zijn nog steeds bezig en lijken steeds sneller te gaan.

De boer en zijn personeel in 1924. Schilderij van Ids Wiersma.  

Tijdens het leven van mijn beppe reden de eerste treinen en trams in Friesland. De paardentram van Veenwouden naar Dokkum werd aangelegd. In 1925 kwam de stoomtram. De eerste auto reed. In 1903 maakten de gebroeders Wright de eerste vlucht met een motorvliegtuig. Er kwamen raketten en in 1969 ging de mens zelfs naar de maan. Dat kon mijn beppe op de televisie zien, want tijdens haar leven waren de radio, de televisie en de telefoon uitgevonden. Op de boerderij van mijn pake werkten elf arbeiders en in het voorjaar seizoenarbeiders om het hooi binnen te halen. Later kwam er een maaimachine om dat werk te doen. Eerst trok een paard de maaimachine, later werd dat een tractor.

Momenteel woont mijn neef op de boerderij van mijn pake en beppe. Hij heeft wel drie keer zoveel koeien en doet het werk met machines en zonder personeel.

Vroeger was een boer een baas die veel arbeiders in dienst had. Al het werk werd met de hand gedaan. Het hele gezin moest meehelpen om elke dag twee keer de koeien te melken. Het maaien werd in het voorjaar door de ‘poepen’ of ‘hannekemaaiers’ met de zeis gedaan. Deze grasmaaiers kwamen uit Duitsland. Een boer had in die periode veel extra arbeiders die hem hielpen om het hooi binnen te krijgen.

  De moderne boer, met zijn melkkelder of melkrobot, zijn indrukwekkende grote tractor met daarachter zware machines, heeft een heel ander leven dan de kleine boeren van vroeger.

Zulke dure machines zijn namelijk alleen maar mogelijk als de boer veel land en veel vee heeft. Daardoor verdwijnen de kleine boeren. Meer dan tweederde van alle boerenbedrijven van zestig jaar geleden in Dantumadeel, zijn nu verdwenen. Kleine boeren verdwijnen, de grote bedrijven nemen hun grond over. Die ontwikkeling gaat nog steeds door.

In Dantumadeel woonden vroeger veel keuterboeren, boeren met een klein aantal koeien. Daarnaast verbouwden ze wat aardappels, tarwe en cichorei. Door de ruilverkaveling, de uitvinding van kunstmest en het gebruik van machines ziet Dantumadeel er nu heel anders uit. Een enorme verandering in vrij korte tijd noemen we een revolutie. Op het boerenbedrijf heeft zich na de tweede wereldoorlog een landbouwrevolutie voorgedaan. Ruwweg kun je die verandering in Friesland als volgt samenvatten: het aantal boeren is gehalveerd, de boeren melken twee keer zoveel koeien als vroeger en die koeien geven twee keer zoveel melk.  

In wâldhúske De Geast in het Sûkereimuseum kun je de verdwenen wereld zien van een keuterboer met zijn vee, gereedschap en akkerbouwproducten. Dit wâldhúske wordt ingericht als een keuterboerderij waar het gezin leefde van een ‘gemengd bedrijf’, oftewel van een paar koeien en wat akkerbouw.

Rondleiding Stel dat jij in het museum straks een rondleiding mag geven. Wat vertel je dan aan de bezoekers? Hieronder volgt wat informatie die je bij een rondleiding zou kunnen gebruiken. 

Achterkant wâldhúske De Geast okt. 2007

Welkom in wâldspultsje 'De Geast'! Dit woudhuisje is gebouwd in 1850 en bestaat uit twee gedeelten: een voorhuis en een achterhuis. We gaan door de achterdeur naar het achterhuis. Pas op jullie hoofd, want de deur is veel lager dan onze tegenwoordige deuren. De deur bestaat uit twee delen, een boven- en een onderdeur.

 Zo, we staan nu binnen. We laten het bovendeurtje open, dan valt er wat meer licht in de ruimte en komt er wat frisse lucht binnen.

 Links in de hoek zie je de deur naar het voorhuis. De ruimte hier links wordt het bûthúske genoemd. Bij grotere boerderijen zie je in het bûthús de koeien in een lange rij op stal staan.

In wâldhúskes was lang niet altijd een stal. Toch werd de ruimte aan de kant van de deur naar het voorhuis wel altijd het bûthúske genoemd. 

Kijk ook eens naar de vloer. Onder elk huisje in het museum ligt een betonnen vloer met vloerverwarming. Dat is een slimme oplossing van de architect, want de huizen die hier staan hebben éénsteensmuren, zijn niet geïsoleerd en worden daardoor erg vochtig. De vloerverwarming houdt de huisjes droog. Zonder de vloerverwarming verrot de boel. Vroeger hadden huizen natuurlijk geen vloerverwarming. Zelfs geen beton en meestal zelfs geen stenen op de grond. De grond bestond gewoon uit een laag klei.

 In het bûthús stond ook het ark (gereedschap) en de potten, pannen en teilen om de was te doen. Verder zie je hier de ruimte voor de geiten, de schapen en de kippen. In de hoek staat it tontsje, dat is het toilet. Er zijn ook wâldspultsjes die buiten een apart húske als toilet hebben. De inhoud van de ton verdween niet in het riool, maar ging als mest over de groentetuin. Van mestoverschotten, ammoniakvervuiling en het injecteren van mest hadden ze nog nooit gehoord.

Het klopt dat je geen rol wc-papier ziet. Daarvoor gebruikten de mensen stroken krantenpapier.

Mijn dochter was een paar jaar gelden met een groep jongeren uit Damwoude naar Maerîste in Roemenië. Daar sliep ze bij mensen die ook nog zo'n húske op het erf hadden staan. Er zat geen deur voor. Als je nodig naar het toilet moest en je zag al iemand zitten, dan wachtte je gewoon even tot het toilet vrij was. 'Dat moest wel wennen', zei ze.  

Alles wat je hier in het museum ziet, lijkt verleden tijd, Toch leven veel mensen op de wereld nog zoals de mensen hier honderd jaar geleden in Dantumadeel. Of zelfs nog veel armoediger. Zoals er hier in een eeuw enorm veel verbeterd is, zo kan dat overal gebeuren.

We gaan nu naar het foarhûs, het woongedeelte. Pas op voor de klompen die hier staan! Jij mag je schoenen aanhouden, maar de bewoners gingen hier op sokken of op klompsokken het voorhuis binnen. Klompsokken waren leren sokken waardoor de sokken minder snel versleten.

 We komen eerst in het kleine gangetje. Aan het eind daarvan zie je de voordeur. Die deur werd nauwelijks gebruikt. Buren en bekenden kwamen via de achterdeur binnen. Daar deden ze de klompen uit. Op sokken liepen ze dan door naar de kamer. 

De kamer is ongeveer drieënhalve meter lang en breed. De vloer is van hout. Aan de raamkant zie je twee ramen, daar tussenin staat de kachel. Aan de wand er tegenover zie je de deurtjes naar de twee bedsteden.

Er tussenin hangt een diggelkastje, een ondiepe kast met het servies. Onder de bedsteden is de ruimte waar de aardappelen opgeslagen konden worden. Bij grote gezinnen sliepen daar ook kinderen in een houten bak of gewoon in wat stro. Kijk ook even in de bedsteden. Die zijn erg klein, want de mensen waren vroeger kleiner. Nederlanders van nu zijn gemiddeld het langst van de hele wereld.

Dat komt omdat we nu veel gezonder wonen, werken, eten en slapen. Op het voeteneind van de bedstee zit een houten bak: de krêbe. Dat was de wieg voor de baby. Die sliep daar tot hij er niet meer in paste of tot er een nieuw broertje of zusje kwam.

   Tot slot nog even een blik in het keldertje. Daar werd het voedsel bewaard. Voedsel bewaren is tegenwoordig een makkie, je stopt het in de koelkast of vriezer. Maar vroeger waren er geen koelkasten, vriezers en conservenblikken. Vrouwen kookten de groentes in de zomer, stopten ze dan in wekflessen en bewaarden die in de kelder. Bonen en kool werden in het zout gelegd. In de schoorsteen werd spek gerookt. Vlees werd in potten gestopt met een laag vet erop. Zo kenden ze allemaal trucjes om het voedsel zo lang mogelijk goed te houden.  

Een boerenfamilie probeerde op alle mogelijke manieren aan de kost te komen. Ze hielden niet alleen een kleine veestapel, maar verbouwden ook groente, fruit en aardappels. De boeren verdienden verder wat bij met het snijden van riet, mollenvangen, vissen en dat soort werk. Kleding maakten ze vaak zelf. Daarnaast verbouwden ze cichorei. Dantumadeel was vroeger beroemd om de bouw van cichorei. Hoe dat verbouwen in zijn werk ging, lees je in de volgende paragraaf.

Tekst en foto's Dirk Corporaal 2007

Bekijk het filmpje over hooien

Bekijk het filmpje over melken

9. Cichorei

Cichoreidrogerij Ons belang Voorweg 75 Wouterswoude

Coca cola, koffie en cichorei  

Wat wil je drinken? Cola, koffie of peekoffie (cichoreiwortelkoffie)? Ik denk dat je voor cola kiest. Veel jongeren drinken cola, veel ouderen koffie en cichoreikoffie is van vroeger. Coca cola wordt al 100 jaar lang volgens een geheim recept gemaakt. Koffie en cola worden nu over de hele wereld in grote hoeveelheden gedronken en er wordt veel aan verdiend. Geen wonder dat coca cola de precieze samenstelling van cola zo goed geheim houdt. Toch weten we wel ongeveer wat er in zit. Je kunt zien en proeven dat er koolzuur in zit, het is bruin en zoet door de karamel en er zit, net als in koffie, cafeïne in. Maar hoe zit dat nu met die peekoffie, die koffie van cichorei?

  Koffie wordt gemaakt van gemalen koffiebonen. Sinds de Gouden Eeuw, de tijd dat de Nederlanders naar Nederlands-Indië gingen om handel te drijven, komt de koffieboon naar Europa en wordt koffiedrinken steeds populairder. Koffie en coca cola zijn behoorlijk duur. Daarom zijn er altijd mensen op zoek naar vervangers. Naast coca cola is er pepsi cola en de supermarkt heeft vaak ook nog een eigen huismerk cola. Wanneer je op het internet zoekt, dan vind je recepten om zelf cola te maken. Stel dat jij een colasmaak ontdekt die lekkerder is dan coca cola, dan word je schatrijk!

Zo gaan de mensen in de achttiende eeuw op zoek naar een vervanger van de dure koffie. Vooral in tijden van oorlog, wanneer er bijna geen schepen met koffiebonen naar ons land komen, is de koffie voor gewone mensen onbetaalbaar. Dus wordt er gezocht naar een surrogaat, een vervanger. Al ver voordat koffie in Europa bekend is, kent men drankjes die van de wortel van de cichoreiplant gemaakt worden. Cichorei helpt tegen allerlei ziekten, zeggen ze. "Het reinigt de lichaamssappen en je voelt je er prettiger door", zegt de sterreclame van de negentiende eeuw.

 

In de 18e eeuw wordt de verbouw en het drogen van cichorei door dominee J.H. Nienwold naar Friesland gebracht. Door de vierde Engelse oorlog (1781 - 1784) en daarna tijdens de Franse overheersing (1795 - 1813) wordt er weinig koffie ingevoerd. Koffie wordt daardoor duur, en de vraag naar peekoffie stijgt. Er wordt steeds meer cichorei verbouwd. Cichoreikoffie drinkt men puur, of men mengt deze met gewone koffie. 

In Dantumadeel voert burgemeester Bergsma de cichorei in. Daarna groeit Dantumadeel uit tot het centrum van het verbouwen en drogen van cichorei. Van de totale Nederlandse productie komt in de topperiode bijna 40% uit Dantumadeel. Hier staan wel 20 cichoreidrogerijen, die door de bevolking fabrieken worden genoemd.

Cichoreidrogerij gebroeders Raap aan de Zwemmer; afgebroken in 1954

  In de twintigste eeuw stijgt de welvaart. Steeds meer mensen kunnen gewone koffie betalen. De verbouw van cichorei stopt en de cichoreidrogerijen staan leeg. Eén voor één verdwijnen ze en daarmee verdwijnt ook de kennis van de teelt en het drogen van de eens zo beroemde cichorei.

In Damwoude wordt momenteel een sûkereimuseum gebouwd. Sûkerei is het Friese woord voor cichorei. Door het drogen en het branden komt er een karamelachtige smaak aan de cichorei. Vandaar de naam sûkerei. In het sûkereimuseum kun je zien hoe cichorei verbouwd wordt en in de cichoreidrogerij wordt gedroogd . Op de foto hierboven zie je de ‘sûkereifabryk’ uit de Valom, bij de Valomstervaart. Bij het afbreken is alles zorgvuldig bewaard en daarna weer netjes opgebouwd.

Hier zie je een dwarsdoorsnede van de drogerij. In de drogerij zitten ‘eesten’, ovens. Daarboven een paar vloeren waar de cichorei te drogen gelegd wordt. Helemaal bovenin een schoorsteen om de vochtige lucht af te voeren.

 

Op 12 mei 2007 wordt op een stuk grond van het sûkereimuseum weer cichorei gezaaid. Dat gebeurt op dezelfde manier als honderd jaar geleden. Op de omgespitte of geploegde akker trekken de voorste mannen voren.

 

Die voren (geulen) komen op een afstand van dertig centimeter naast elkaar, in de voren moet het zaad komen. Daarvoor is het 'kroadtsje' uitgevonden: een houten wiel met een holle as waar het cichoreizaad in komt. In de as zitten kleine gaatjes.

Wanneer de kroadtsjerinner hiermee over het land loopt, dan valt er door die gaten cichoreizaad in de geul.

Achter de kroadsjerinner komen de vrouwen die de geulen met het zaad dichttrappen. Ze doen dat met speciale plankjes onder de klompen.

Wanneer de cichorei boven de grond komt, moet het uitgedund worden. Met de schoffel moeten de plantjes die te dicht op elkaar staan verwijderd worden. Tegelijk wordt ook het onkruid verwijderd.

Dat wieden gebeurt in grote groepen. Vroeger bewerkten grote groepen arbeiders uit Dantumadeel de velden waar cichorei werd verbouwd. Het uitdunnen van de planten en het schoffelen gebeurde in ploegen van wel dertig man. Zo'n ploeg van dertig man bestond uit mannen, vrouwen en kinderen en werd een ‘boom’ genoemd. De baas van zo'n groep was de ‘hounebaas’. Hij liep achter de groep aan en controleerde of ze het werk wel goed deden. Onder het zingen van Oudhollandse of Friese liedjes deden de arbeiders hun werk, van zonsopgang tot zonsondergang.

Zijn ze klaar met een akker dan trekt de hele boom naar het volgende veld en daar begint het werk van voren af aan.

Soms komen ze onderweg een andere groep (boom) tegen. Dat zijn natuurlijk de concurrenten. De scheldwoorden vliegen door de lucht en een enkele keer blijft het niet bij schelden… (klik hier voor een filmpje).

Wanneer je de cichorei niet uitdunt, dan krijgt de wortel niet voldoende ruimte om zich volledig te ontwikkelen. Dat zie je op deze foto.

De cichoreiplant is familie van de andijvie en van de witlofplant. Je kunt cichorei als groente eten maar in Dantumadeel gaat het om de wortel.

De cichoreiwortel lijkt op die van de suikerbiet. Hij is alleen veel dunner. De wortels worden laat in de herfst uit de grond gehaald en naar de cichoreidrogerij gebracht. 

Wanneer je de wortel laat zitten dan ontstaat er het tweede jaar een plant van wel twee meter  hoog. Die bloeit in juli en produceert later cichoreizaad.

De bouw van de sûkerei in Damwoude, 19 juni 2007

Cichorei verbouwen is een arbeidsintensief werk. Honderden inwoners van Dantumadeel verdienden hiermee een gedeelte van het jaar de kost. In het boek “Dantumadiel” van J.J.Botke wordt heel precies beschreven hoe de cichorei verbouwd wordt en wat er in de cichoreidrogerij allemaal gebeurt. Botke heeft er met de neus bovenop gestaan. Hij tekent en beschrijft de cichoreiteelt zo nauwkeurig mogelijk. In zijn tijd verdween de cichoreiteelt, en Botke wilde niet dat de kennis over de cichoreibouw verloren zou gaan. Op de website www.mavodesaad.nl/gs vind je het stuk van Botke over de cichorei. Zie: Botke over de cichorei.

Cichoreidrogerij 'De Samenwerking' omstreeks 1928 in Wouterswoude

Hier zie je dat de wortels aankomen bij de drogerij. De arbeiders staan nog even met de armen over elkaar voor de fotograaf. Van oktober tot en met december worden de wortels naar 'it fabryk' gebracht.

 

Tekening van J.J.Botke

Bij de drogerij worden de wortels eerst gewassen. Een cichoreidrogerij heeft veel water nodig om de bieten schoon te maken. Je treft ze daarom allemaal aan in de buurt van een vaart. Na het schoonmaken worden de wortels in stukken gesneden of gestampt. Dit gebeurt met het stampmes in de stampbak. Er is één drogerij in Dantumadeel waar dit zware werk met een stoommachine wordt gedaan.

  In de cichoreidrogerij zitten eesten, stenen kachels waarin turf gestookt wordt. Op roosters boven die eesten moeten de stukken cichorei drogen.

'It âld fabryk', cichoreidrogerij te Dantumawoude in 1925.

Hier zie je hoe de cichorei naar boven getakeld wordt. Het gaat eerst naar het bovenste rooster. De arbeiders staan daar in een vochtige hete ruimte in hun onderbroek te werken. Om het kwartier moeten ze de cichorei harken, zodat het meeste vocht uit de wortels verdampt. Dit doen ze van maandag tot en met zaterdag. Elke arbeider werkt 96 uur per week. Er zijn steeds twee mannen nodig voor dit harken, verdelen en drogen van de cichorei. Een drogerij heeft drie mannen voor dit werk. Een werkweek van een droger ziet er bijvoorbeeld zo uit: de eerste dag werkt hij 12 uur, de tweede dag 24 uur, de derde en vierde dag 12 uur de vijfde 24 uur en de zesde dag 12 uur. Zaterdagavond laat stopt de drogerij en zondagavond om 12 uur begint de nieuwe week. Dit werk gaat ongeveer dertien weken achter elkaar door. 

In 1892 wordt door de regering een onderzoek ingesteld naar de arbeidsomstandigheden in Nederland. In het hele land worden arbeiders en bazen gevraagd hoe hun arbeidsomstandigheden zijn. Vier mensen uit Dantumadeel doen hun verhaal. De arbeiders vertellen heel uitgebreid over het werk en wat ze verdienen. Voor vier euro per week werken ze bijna 100 uur en dat bij zeer hoge temperaturen. Hiernaast volgt een stukje uit het onderzoek. Het hele onderzoek vind je op de website www.mavodesaad.nl/gs en dan klikken op de link rechtsboven.

Vraag 3139:  Is het bij de eesten erg warm? 

Antwoord: Ja. 

Vraag 3140: Trekt de warmte door luiken weg? 

Antwoord: Vroeger waren er luiken, maar toen wilde de warmte er niet uit, nu hebben wij schoorstenen. 

Vraag 3141: Nemen die de warmte goed weg? 

Antwoord: Ja, de warmte trekt aardig weg. 

Vraag 3142: Kunt u het werk goed volhouden? 

Antwoord: Dat gaat nog al aardig, anders had ik het zo lang niet gedaan; het is zwaar werk, men werkt in het hemd en de onderbroek, en dan loopt het zweet nog tappelings langs de handen; als de borst niet goed is, moet men er niet aan beginnen, al is men anders ook nog zo sterk.

Cichoreidrogerij van Prakken met 8 eesten.

Op de foto zie je de arbeiders van de grootste drogerij van Dantumadeel. De drogerij had 8 eesten (ovens). Met deze auto wordt de gedroogde cichorei naar de cichoreibranderij gebracht.

De gedroogde stukjes worden cichoreibonen genoemd. Door het drogen is 80% van het vocht er uit gehaald. In de cichoreibranderij wordt de cichorei in gesloten trommels verder verhit.

Daar krijgt de cichoreiboon zijn bruine kleur en karamelsmaak. Daarna worden de bonen gemalen en verpakt en kan de koffie gezet worden.

Tot slot, wat wil je drinken? Peekoffie.....of toch maar liever een glas cola?

tekst en foto's Dirk Corporaal 2007

 

8.2 Wâldhúske De Valom, gebouwd in ongeveer 1875

Het Buitenveld getekend door Ids Wiersma

Het Buitenveld foto 2007

De Valomstervaart, tekening Ids Wiersma

Wâldhúske De Valom, sûkerei museum okt. 2007

Bij de Valomstervaart ligt een prachtig natuurgebied. Vroeger was dit natuurgebied nog veel groter. Op de kaart van 1718 zie je een gebied van 350 ha zonder wegen. Tot aan 1930 kon je daar alleen met de boot komen. Verder zie je meren zoals de Houtwielen.

In de dertiger jaren van de vorige eeuw, toen de werkloosheid erg groot was, heeft de gemeente dit gebied bewerkt om te wonen. Zo werden de werklozen aan het werk gezet. Er kwamen wegen, sloten, weilanden en het gebied werd beter bemaald.

J. Botke, de schrijver van het boek “De grijtenij Dantumadiel” schrijft hierover: 

“Wat hat men makke fan dit fûgel- en planteparadys! Sjucht men net, hoe’t de stêden al mar greater wurde en hjert men net, hoe’t dy roppe om natuermoaiens om harren hinne? En sil men earst it moaie ferniele, om it letter wer op to bouwen, as dit mooglik wier? Litte wy dôchs net te gau de skeinende hân slaan oan it moaie om ús hinne. - Litte al te gystene, wurkforskaffers en autoriteiten, dy't hjir mei te meitsjen hawwe, dit dôchs ris betinke.

In Amerikaan, dy't ris spriek oer sok natuerfandalisme yn syn lân, utere him yn dizze wurden: 0, wy wurde read om 'e holle fen skamte, as wy dêr oan tinke. En moatte de meidoggers en de útfiners fen sok wurk as hjir yn it Bûtenfjild dien is, ek net read fen skamte wurde, as ien kear it besef by harren opkomt, hoefolle ynmoaie natuer dêr foargoed, tink er om, foargoed! útroege is? Det dit alles bart, komt omdet it herte fen in protte minsken noch sletten is foar de wûnders om harren hinne. -

Wurkferskaffing ! En dêrmei is alles ferdige. Soe men ek foar wurkferskaffing de Rembrandts yn stikjes knippe litte ef âlde keunstwurken ôfbrekke? En is it wol wurkferskaffing? Freegje dat ris oan 'e fiskerslju, dy't hjir in bistean founen.”

 

Wie nu rondloopt in het natuurgebied, begrijpt wel een beetje waarom Botke zo boos was. Het is een prachtig vogel-, vis- en plantenparadijs. 

Momenteel herstellen de provincie en de gemeente de fouten die in het verleden gemaakt zijn. Weilanden worden opgekocht en het Buitenveld wordt weer net zoals vroeger een prachtig natuurgebied.

Zo ziet het stuk ten noorden van Veenwouden er uit.

En zo het stuk ten westen van Veenwouden.

In het wâldhúske uit De Valom wordt het leven van de vissers die hier woonden en werkten uitgebeeld. De kennis over de natuur en de kunst om op het juiste moment paling en snoekbaars te vangen werd hier van vader op zoon doorgegeven. Bij het knapperend vuur van de kachel herstelden ze de netten en vertelden ze over mooie nachten op het water.

Fuiken plaatsen bij De Geast. Foto Tresoar.

Hoe ze op een nacht dat de “iel rint” (de tijd dat de paling naar zee trekt) met ‘peuren’ honderden palingen in een paar uur vangen. Daarvoor maken de vissers van een wollen draad van ongeveer twee meter een peur, een instrument om vissen mee te vangen. Aan die draad rijgen ze lange dikke wormen. De wormen rapen ze ’s nachts als het gras nat van de dauw is en de wormen boven de grond komen. Ze kunnen alleen dikke lange wormen gebruiken, want de wormen moeten in de lengte met een lange naald aan het garen geregen worden. Wanneer ze zo een lange draad hebben gekregen, dan winden ze die om de hand. Je hebt dan een trosje wormen. Aan dit trosje bevestigen ze een draad. Een stukje lood verzwaart het trosje. Met een stok van een paar meter lang laten ze de draad op de bodem zakken. Hier bewegen ze de klos zachtjes op en neer en dan maar wachten tot ze iets voelen. Wanneer de paling de wormen ziet, hapt hij toe en trekt de wormen naar achteren. Dat is het moment waarop de visser wacht, hij heeft beet!

De visser trekt de hengel steeds sneller naar zich toe. De paling wordt meegetrokken en laat zich boven het water vallen. Soms valt hij in, maar vaak ook voor de boot. Daarom heeft de visser daar een drijfnetje liggen, bijvoorbeeld een fietsband met een net erin. ‘Peuren’ levert niet altijd een grote vangst op. Alleen bekwame vissers kunnen zo een grote hoeveelheid paling vangen.

Foppe Tinte getekend door Ids Wiersma

Ook met netten worden palingen, snoekbaars bleien en andere vissen gevangen. De gevangen vis wordt in een bak met allemaal gaatjes, die in het water ligt, bewaard. Is er genoeg gevangen, dan wordt de paling door de visser gerookt. Dit roken is ook weer een vak op zich dat van vader op zoon wordt doorgegeven.

Nog een tekening van de Foppe Tinte, getekend door Ids Wiersma uit 1906.

In het Buitenveld zie je nu geen vissers en stropers meer. Peuren is verboden. De kennis die van vader op zoon werd doorgegeven dreigt te verdwijnen. In wâldhúske De Valom in het cichoreimuseum wordt daarom geprobeerd om zoveel mogelijk van die tijd en van dat leven te bewaren. Hier waan je je weer even terug in de tijd dat het gebied bij De Valom één groot natuurgebied was en de mensen dicht bij de natuur leefden.

Tjasker in het Buitenveld bij De Valom

Tekst en foto's: Dirk Corporaal, 2007

 

Bekijk het filmpje over het vissen.

We hebben 11 gasten en geen leden online

hogebeintum.jpg
klaarkamp_6.jpg